Was Johan de Witt wel premier? Strikt genomen niet. Toen hij op 30 juli 1653 raadpensionaris van Holland en West-Friesland werd, bestond de functie van minister-president niet en was hij dat dus ook niet. Toch wordt die vergelijking vaak gemaakt, en niet zonder reden. Holland was in de zeventiende eeuw het rijkste en invloedrijkste gewest van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Wie daar de agenda bepaalde, had in de praktijk grote invloed op de politiek, ook naar buiten toe. Buitenlandse mogendheden wisten heel goed dat ze bij de raadpensionaris van Holland moesten zijn.
Tegelijk gaat de vergelijking maar gedeeltelijk op. Een moderne minister-president staat aan het hoofd van een nationale regering en beschikt over een politiek mandaat. De raadpensionaris had dat niet. De Witt was formeel een ambtenaar. Geen gekozen politicus, geen vorst, geen partijleider. Zijn macht zat niet vast in zijn functie, maar moest steeds opnieuw worden waargemaakt, via gezag, overtuigingskracht, netwerk, dossierkennis en continuïteit. Dat werkte bij De Witt omdat hij daar uitzonderlijk goed in was. Bij een minder sterke raadpensionaris verdween die vermeende ‘premierrol’ meteen weer. Noem je hem premier, dan overschat je zijn formele macht. Zie je hem als topambtenaar, dan onderschat je zijn politieke rol. Hij bevond zich precies tussen die twee posities in.
Historici hebben vaak naar vergelijkingen gegrepen om De Witts positie begrijpelijk te maken. Tijdgenoot Lieuwe van Aitzema vergeleek hem met een grootvizier of eerste minister, en historicus Herbert Rowen vergelijkt zijn rol met die van een premier of een minister van Buitenlandse Zaken, wel met de kanttekening dat De Witt leidde door te overtuigen en te formuleren, niet door te commanderen.
Raadpensionaris in 1653
De Witt nam het ambt van raadpensionaris op zich in de zomer van 1653, midden in de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog. Zijn voorganger Adriaan Pauw was in februari van dat jaar overleden, na een periode waarin De Witt hem al geregeld had vervangen. Het land verkeerde in crisis. De oorlog tegen Engeland verliep slecht, de handel lag grotendeels stil door de blokkade op zee en kort na De Witts officiële aantreden sneuvelde Maarten Tromp, de populairste admiraal van de Republiek. Tegelijk woedde er binnenlands oproer en werd er openlijk om een Oranje geroepen.
Johan wist bovendien dat het ambt ook persoonlijk gevaarlijk was. In de Akte van Indemniteit die de Staten van Holland op 31 juli 1653, een dag na zijn eedaflegging, unaniem aannamen, werd vastgelegd dat hij een ‘zeer gevaarlijke bediening’ op zich nam. Hij had die tekst zelf opgesteld om zich juridisch te beschermen tegen politieke aanvallen en vervolging voor zijn handelen. Die bescherming gold alleen voor zijn beleid, niet voor het geweld dat toen al tegen zijn vader was gebruikt.

Dat Johan de Witt juist in die omstandigheden als raadpensionaris naar voren werd geschoven, had alles te maken met zijn positie in Den Haag. Als pensionaris van Dordrecht, de eerste stad van Holland, bevond hij zich al vroeg in het centrum van de besluitvorming. Tijdens de afwezigheid van de zittende raadpensionaris nam hij diens werkzaamheden over en behandelde hij de officiële post. Zo had hij zich, nog vóór zijn benoeming, al bewezen als degene die in oorlogstijd het overzicht hield en direct beschikbaar was.
Jongste leider van Nederland
Johan de Witt was pas 27 jaar toen hij raadpensionaris werd. Dat is niet alleen jong naar onze maatstaven, maar ook uitzonderlijk jong voor zijn eigen tijd. Alle andere raadpensionarissen traden aan op veel latere leeftijd, meestal pas na decennia bestuurlijke ervaring. Johan de Witt was daarmee de jongste raadpensionaris die Holland ooit heeft gehad. Noem je hem met een knipoog ‘premier’, dan is hij daarmee ook de jongste die Nederland ooit heeft gekend.

