Dat sneeuwballen gooien in het verleden ook behoorlijk uit de hand kon lopen, blijkt uit een brief uit 1657 van de Nederlandse ambassadeur in Parijs, Willem Boreel, waarin het incident terloops wordt vermeld naast andere politieke berichten. Hij schreef (vrij vertaald):
Afgelopen zondag is enige onrust ontstaan onder degenen van de gereformeerde religie, die van Charenton naar Parijs terugkeerden. In de Faubourg Saint-Antoine werden zij met hard samengeperste sneeuwballen bekogeld, ook bij de ingang van de stadspoort, waardoor verscheidene zwaar gewond raakten en er zeer slecht aan toe waren. Het gepeupel riep daarbij openlijk dat men de ‘parpillotten’ [scheldnaam voor hugenoten] moest verdelgen en opnieuw een bloedbad zoals tijdens de Bartholomeusnacht moest aanrichten. De koning, het hof en de stedelijke justitie hebben orde gesteld om te voorkomen dat dergelijke wanordelijkheden zich overmorgen opnieuw zullen voordoen. Daarbij is één man om het leven gekomen en verkeert een ander in levensgevaar, zodat de bijeenkomst te Charenton afgelopen woensdag minder talrijk was dan gewoonlijk.

Charenton was in de 17e eeuw de officieel toegestane protestantse kerk net buiten Parijs, waar gereformeerden samenkwamen omdat zij binnen de stad geen kerkdiensten mochten houden.

Zo laat het fragment uit deze brief zien hoe snel ogenschijnlijk onschuldig sneeuwballen gooien in het zeventiende-eeuwse Parijs kon ontaarden in ernstige religieuze intimidatie.

