In oktober 1654 was in Overijssel een gevaarlijke patstelling ontstaan: een orangistische groep in Zwolle had de jonge Willem III tot stadhouder uitgeroepen, terwijl een staatsgezinde tegenvergadering in Deventer dit gezag niet erkende. Een orangistische doorbraak in Overijssel zou het stadhouderloze bewind én de Akte van Seclusie onder zware druk zetten, en De Witts aanwezigheid in Den Haag was daarom dringend gewenst. Op 20 oktober 1654 schrijft Johan de Witt vanuit Beverwijk een brief aan de burgemeesters van Amsterdam. Zij hadden hem gewaarschuwd dat de situatie in Zwolle uit de hand dreigde te lopen en drongen erop aan dat hij per ommegaande terug zou keren naar Den Haag om van daaruit in te grijpen.

Toch liet Johan weten nog even in Beverwijk te willen blijven ‘alsoo ick alhier noch hebbe te verwachten antwoorde op eenige brieven bij mij uut Amstelredam naer verscheijden quartieren geschreven’. De kwestie in Zwolle werd intussen steeds nijpender. De Amsterdamse burgemeesters stuurden opnieuw een brief naar Beverwijk en ook de Gecommitteerde Raden ontboden De Witt met spoed naar Den Haag.

Maar Johan had nóg een reden om zijn vertrek uit te stellen: hij was verliefd. Hij verbleef in Beverwijk om zijn toekomstige vrouw Wendela Bicker het hof te maken. Wendela logeerde bij haar familie op Duynwijck, het buitenverblijf van de Amsterdamse koopmansfamilie Bicker net buiten het dorp. Het landgoed was in 1644 aangekocht door Wendela’s vader Jan Bicker en werd in deze jaren gebruikt als zomerverblijf door Jacob Trip en Elisabeth Bicker, Wendela’s oudere zus. Johan was in 1652 uitgenodigd voor hun huwelijk en zal toen ongetwijfeld de zestienjarige Wendela al hebben opgemerkt.
Tegenover de Amsterdamse burgemeesters hield Johan zich op de vlakte, maar in zijn brief van 23 oktober aan Hieronymus van Beverningh en Willem Nieuwpoort was hij opener en liet hij, inmiddels weer in Den Haag, blijken dat hij nog wel even had willen blijven ‘… welckenvolgens ick mij oock uut de Beverwijck, alwaer ick mij noch eenige daegen vermeijnde te vermaecken, herwaerts gecomen ende gisterenavond alhier gearriveert ben.’
Bijeenkomst in Beverwijk 7 maart 2026
Op zaterdag 7 maart 2026 organiseerde de Vereniging Vrienden van De Witt in de Grote Kerk van Beverwijk een middag met lezingen en muziek. Dat Beverwijk hiervoor het decor vormde, is geen toeval: hier verbleef Johan de Witt meerdere malen, onder meer in oktober 1654, in een periode waarin privéleven en politieke verantwoordelijkheid dicht bij elkaar lagen.

