De meeste van Johan de Witt’s brieven in 1652 gaan over de ontstane moeilijkheden binnen de Staten van Overijssel en (de aanloop naar) de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog. Maar tussen alle conflicten door bevindt zich één opvallend persoonlijk briefje: De Witt accepteerde op 16 april 1652 uitnodiging van Aeltken Adriaens voor het huwelijksfeest van haar zoon Jacobus Trip. Die uitnodiging was overigens niet bij hem persoonlijk binnengekomen, maar bij zijn vader in Dordrecht. Die zal zijn zoon in Den Haag op de hoogte hebben gebracht van het aanstaande feest. De Witt klom daarop zelf in de pen om aan te geven dat hij graag wilde komen.1

Ende met schuldige danckbaerheijt erckennende de eere mij daer door aengedaen, hope niet in gebreecke te blijven de selve eere, ende vreuchde mij daer bij aengeboden t’accepteren, ende waer te nemen sullende tot dien eijnde ten waere eenige merckelijcke verhinderingen onverwacht quamen te vallen, mij tegens den 30en deser in de voors. U.E. missive totte bovengement ommeerde bruylofstsfeeste geprefigeert aldaer laeten vinden;
vrij vertaald:
Met oprechte dankbaarheid erken ik de eer die mij daarmee is aangedaan. Ik hoop die eer en vreugde, die mij wordt aangeboden, te accepteren. Alleen als er onverwachts een belangrijke verhindering optreedt, zal ik niet komen. Zo niet, dan zal ik mij op de 30e van deze maand, zoals in uw brief voor het genoemde huwelijksfeest is aangegeven, daar aanwezig zijn.
De dan 24-jarige Jacobus Trip, aanstaande bruidegom, was lid van de invloedrijke Trip-familie uit Amsterdam. Zijn vader was Elias Trip, bewindhebber bij de VOC. De familie kwam oorspronkelijk uit Dordrecht en was verre familie van De Witt.2 Jacobus Trip zou later uitgroeien tot een belangrijk regent en wapenhandelaar in Amsterdam. Zijn aanstaande bruid was de 21-jarige Elisabeth Bicker, een telg van de invloedrijke regentenfamilie Bicker uit Amsterdam. Zij trouwden op 29 april 1652. Het huwelijksfeest vond een dag later plaats.

Dat feest ging hoogstwaarschijnlijk gepaard met muziek, goed eten en véél drank. Er werd gepraat, gelachen, gedanst, gedronken en gegeten. Aan het slot van het feest was het in de 17e eeuw gebruikelijk dat de bruid door de belangrijkste aanwezigen ‘te bedde’ werd gebracht.3 De dagen na de bruiloft kwamen familieleden opnieuw op bezoek bij het pasgetrouwde stel om hun felicitaties aan te bieden. Zo kon het hele feest enkele dagen in beslag nemen.
Het lijkt er op dat De Witt geen ‘merckelijke verhinderingen’ had en dus inderdaad op het huwelijksfeest van Jacobus Trip en Elisabeth Bicker in Amsterdam aanwezig is geweest. Brieven die bij hem binnen zijn gekomen in die periode werden pas vanaf 10 mei 1652 beantwoord. Als hij inderdaad op het feest aanwezig was, dan heeft hij daar mogelijk een glimp opgevangen van zijn eigen toekomstige bruid. De dan 16-jarige Wendela Bicker, het jongere zusje van Elisabeth, liep ongetwijfeld ook op het feest rond.
Tamarah de Groot, 5 september 2025
- Nationaal Archief, Den Haag, 3.01.17 Inventaris van het archief van Johan de Witt, raadpensionaris van Holland, 1653-1672, minuten 1650-1652. ↩︎
- Panhuysen, Luc, De Ware Vrijheid. De Levens van Johan en Cornelis de Witt (2018) 181. ↩︎
- Haks, Donald, Huwelijk en gezin in Holland in de 17de en 18e eeuw (1985) 65. ↩︎

