Vandaag, 20 augustus, is het 354 jaar geleden dat Johan en Cornelis de Witt in Den Haag werden vermoord. Over die gruwelijke gebeurtenis op het Groene Zoodje is veel geschreven. Veel minder bekend is waar hun lichamen daarna terechtkwamen. Wie in Den Haag is, kan die plaats nog altijd bezoeken: in de Nieuwe Kerk, op een paar minuten lopen van de plek waar de broers werden gedood.

Na de moord werden de lichamen van Johan en Cornelis in de nacht van 20 augustus naar Johans huis aan de Kneuterdijk gebracht. Zelfs het maken van doodskisten bleek niet eenvoudig. Ambachtslieden waren bang voor represailles en durfden het werk aanvankelijk niet aan. Die angst was ook binnen de familie voelbaar. Maria van Berckel, de weduwe van Cornelis, schreef nog op de dag van de moord aan haar schoonzus Johanna de Witt. Ze vroeg haar ervoor te zorgen dat er geen familiewapen werd opgehangen. Ook in Dordrecht mocht geen rouwvlag worden uitgestoken. Alles wat opnieuw opspraak of onrust kon veroorzaken, moest worden vermeden.
Wie meer wil weten over wat er binnen de familie gebeurde in de uren en dagen na de moord, kan terecht in de bundel Vrouwen rondom Johan de Witt. Jean-Marc van Tol reconstrueert in zijn bijdrage ‘Rouw zonder opspraak’ aan de hand van deze brief hoe de familie na de moord handelde en hoe voorzichtig men moest zijn met openbare tekenen van rouw. Centraal staat het contact tussen Maria van Berckel en haar schoonzus Johanna de Witt. De brief van 20 augustus 1672 vormt het slotstuk van de bundel.
Grafnummer 77
In de nacht van 21 op 22 augustus werden Johan en Cornelis in stilte begraven in de Nieuwe Kerk. Daar had Johan al in 1665 voor 400 gulden een familiegraf gekocht. Drie van zijn dochtertjes waren er begraven en in 1668 was ook zijn vrouw Wendela Bicker er bijgezet, nadat zij op slechts 32-jarige leeftijd plotseling was overleden. Johan was gebroken. In een brief aan de Engelse diplomaat William Temple noemde Johan haar de ‘ware helft van mijzelf’.

Ook Johan en Cornelis kwamen dus in dit graf terecht. Van een groot grafmonument voor de twee belangrijkste politieke slachtoffers van het Rampjaar was geen sprake. Boven het familiegraf lag een eenvoudige grijze steen. Daarop stond alleen het grafnummer: 77. In 1675 werd het graf nog eenmaal geopend. Johans hart, dat na de moord was meegenomen door zilversmid Verhoef, werd op last van het Hof van Holland alsnog bij zijn lichaam gelegd.
Het graf bleef bovendien niet voor altijd in handen van de familie. In 1758 verkocht de kerk het aan lakenkoper Jakob van de Kasteele. De resten van de familie De Witt werden geruimd en zijn daarna verdwenen. De steen bleef liggen.
En juist daarom is die sobere grafsteen zo bijzonder. Wie nu de Nieuwe Kerk binnenloopt, vindt vlak bij de preekstoel nog altijd de steen met alleen het cijfer 77. Geen namen, geen jaartallen, geen verwijzing naar het drama van 20 augustus 1672. Alleen een nummer.
Nieuwe Kerk
Wie de plaats zelf wil zien, kan in de Nieuwe Kerk nog altijd naar grafsteen 77 gaan kijken. Een mooie gelegenheid daarvoor is zaterdag 31 oktober a.s.. Dan vindt in diezelfde Nieuwe Kerk het symposium Huygens, Spinoza en De Witt: drie Haagse vrijdenkers plaats. In de kerk ligt grafsteen 77 en in de kerktuin bevindt zich het grafmonument voor Spinoza. Christiaan Huygens heeft er nooit gelegen, hij werd in de Grote Kerk begraven.
Lees hier meer over het symposium op 31 oktober 2026.
Wie nog meer Haagse plaatsen uit het leven van Johan de Witt in Den Haag wil zien, kan ook onze wandelroute volgen.

