In een brief van Johan de Witt uit 1651 staat een merkwaardig verhaal, vermoedelijk gericht aan een lid van de magistraat van Dordrecht. Het betreft een uitvoerig verslag van een arrestatie in Dordrecht. De Witt beschrijft hoe een vermomde dienaar van justitie een man van bed heeft gelicht en op een kar had gesmeten om af te voeren naar Den Haag. Wat was hier precies aan de hand?
Voor het antwoord moeten we nog enkele jaren terug in de tijd. In de loop van de 16e eeuw hadden de gilden in Dordrecht een ongekende politieke macht verworven, een unieke situatie voor Nederland. Het stadsbestuur mocht enkel met goedkeuring van de gilden nieuwe belastingen invoeren. Vijftig jaar later was de situatie omgedraaid. De macht van een aantal vooraanstaande families, zoals De Witt en Van Beveren, was sterk gegroeid. Die groeiende macht van de Dordtse regenten zorgde ervoor dat de oude gilderechten werden ingeperkt.

Bij onderhandelingen om een nieuw evenwicht te vinden met de gefrustreerde gildedekens waren de zakkendragers overgeslagen. Zeker 400 boze sjouwers, grote mannen met littekens, trokken naar het huis van de Jacob de Witt (Johans vader) om hun rechten op te eisen.1 Het bleef bij die dag bij dreigementen. De volgende dag greep Jacob de Witt in, liet enkele vooraanstaande zakkendragers oppakken, waarna anderen de stad ontvluchtten.
Toch bleven spanningen in de lucht hangen. Een jaar later, In 1649, escaleerde het opnieuw. De gilden eisten nu inzicht in het zogenaamde ‘Houten Boek’, waar de privileges van de gilden in beschreven zouden staan.2 Of het boek daadwerkelijk bestaan heeft, is niet duidelijk, maar het werd in ieder geval niet gevonden. Voor de gilden was dit het zoveelste bewijs van de onbetrouwbaarheid van hun stadsbestuur. Alle gilden kwamen in opstand en De Staten van Holland waren genoodzaakt in te grijpen. De brief van Johan de Witt dateert van 23 september 1651.3 Daarin wordt de arrestatie van twee opstandige gildeleden beschreven, nadat zij in de gevangenis in Den Haag waren aangekomen. De Wit beschrijft dat blijkbaar erg moeilijk was geweest om één van de burgemeesters van Dordrecht, welke wordt uit de brief niet duidelijk, ervan te overtuigen tot arrestatie over te gaan. Het was Matthijs Berck, pensionaris en secretaris van Dordrecht, die hem uiteindelijk heeft weten over te halen.

In De Witt’s brief worden twee ‘opstandelingen’ bij naam genoemd: Daniel Paludanus en Huijg Barentsz. Het eerste plan om deze mannen op te pakken, door ze te ontbieden bij het huis van de burgemeester, was mislukt omdat de burgemeester te veel twijfelde. Het overleggen met de burgemeester en het zoeken naar pensionaris Berck had zo lang geduurd, dat de dag inmiddels al voorbij was. De Witt beschrijft vervolgens uitgebreid hoe het een dag later wel was gelukt:
‘desen morgen vroech, door een van de dienders van justicie zijnde gedeguiseert te doen vraegen naeden voorss. Paludanus t’ sijnen huijse, maeckende een gefabriceerde bootschap, ende alsoo den selven noch bij den bedde was, soo heeft deselve dienaer gewacht tot dat hij sich aengecleedt hadde en beneden gecomen wesende is hij bij den selven, ende d’andere dienaers die haer mede daer ontrent hielden, ende op een werck aenquamen, aengegrepen, ende gesmeten op een wagen die aldaer tot dien eijnde gereet gehouden wierde, ende soo voort tot alhier op de Voorpoorte gebracht’
‘Vanmorgen vroeg werd door een van de dienaren van justitie, vermomd, aan huis naar de genoemde Paludanus gevraagd met een verzonnen boodschap. Omdat hij nog in bed lag, wachtte de dienaar tot hij zich had aangekleed en naar beneden was gekomen. Daar werd hij, samen met andere dienaren die in de buurt waren, door hen vastgegrepen en op een wagen gegooid die speciaal voor dit doel klaarstond. Zo werd hij direct naar de Voorpoort gebracht.’
Hoewel De Witt met name de arrestatie van één van hen toelicht, lijkt het erop dat beide mannen wel min of meer op hetzelfde moment aankomen in de Voorpoort (de Gevangenpoort) in Den Haag. Hun proces en de uiteindelijke uitspraak op 8 februari 1652 zijn uitgegeven in het pamflet ‘Sententien van den Hove van Hollandt, Zeelandt ende West-Vrieslandt tegens Huych Bastiaensz. vander Meer ende Daniel Paludanus’.4 Uit deze uitspraak blijkt ook waar de twee mannen voor werden vervolgd. Daniel Paludanus was deken, de hoogste bestuursfunctie binnen een gilde. Hij werd ervan beticht dat hij vergaderingen had belegd zonder toestemming van de burgemeester en tégen het nadrukkelijk verbod tot vergaderen van 13 februari 1650. In deze vergaderingen zou Paludanus voorstellen hebben gedaan en mede opgesteld, waarin onder andere werd besloten dat ze tegen de magistraat zouden optreden. Bovendien had Paludanus voorgesteld om de ‘twintigste penning’, een belasting op vee, af te schaffen en op te leggen aan de magistraat.

Zijn mede-gevangene, Huych Bastiaensz., was geen deken. Toch had Bastiaensz. geholpen bij het organiseren van de verboden vergaderingen en deelgenomen aan de actie om het houten boek op te eisen. Hij had dekens aangemoedigd deel te nemen aan vergaderingen en andere acties, had ze laten beloven elkaar te steunen en opperde boetes voor dekens die wegbleven. Het hof oordeelde dat de daden van beide mannen hadden geleid tot oproer en verzet tegen het stadsbestuur, met groot gevaar tot volledige ontwrichting van de gevestigde orde als gevolg. Zowel Daniel Paludanus als Huych Bastiaensz. werden voorgoed uit Dordrecht verbannen. Daarmee kwam er een abrupt einde aan hun rol in de Dordtse gildenpolitiek. Voor de regenten betekende het een herbevestiging van hun macht; voor de gilden een nieuwe herinnering dat wie te luid protesteerde, zomaar uit de stad kon verdwijnen.
Tamarah de Groot, 15 augustus 2025
Noten
- Panhuysen, Luc, De Ware Vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt (2018) 70-73.
- ‘De Dordtse Gilden’, Regionaal Archief Dordrecht. https://www.regionaalarchiefdordrecht.nl/de-dordtse-gilden/, laatst geraadpleegd op 14 augustus 2025.
- Nationaal Archief, Den Haag, 3.01.17 Inventaris van het archief van Johan de Witt, raadpensionaris van Holland, 1653-1672, minuten 1650-1652.
- Sententien van den Hove van Hollandt, Zeelandt ende West-Vrieslandt. Tegens Huych Bastiaensz. vander Meer, ende Daniel Paludanus. Gepronunceert op den 8. Febr. 1652 (1652). https://www.google.nl/books/edition/Sententien_van_den_Hove_van_Hollandt_Zee/thDufMHYzMIC?hl=nl&gbpv=1&pg=PP3&printsec=frontcover, laatst geraadpleegd 14 augustus 2025.

