‘Ze beschuldigen mij van heiligschennis, diefstal, echtbreuk en nog veel meer misdrijven. En over mijn vrouw en kinderen vertellen ze zulke schandelijke dingen dat men ervan gruwt.’ In juni 1664 beklaagt Abraham de Wicquefort (1606-1682) zich in een brief aan raadpensionaris Johan de Witt over een lastercampagne die tegen hem werd gevoerd. De diplomaat, vertaler…

