In vrijwel elk archief kom je stukken tegen waarvan de inventarisator niet precies weet waar ze thuishoren. Deze dossiers krijgen labels als ‘overige stukken’, ‘aantekeningen’ of in de mooie oude archiefterm: ‘stukken waarvan het verband met dit archief niet is gebleken’. Het ligt er maar net aan hoe de archiefmedewerker die de inventarisatie uitvoert de stukken heeft geinterpreteerd.
Ook het archief van Johan de Witt bevat dit soort stukken. In deze inventaris (3.01.17 nrs. 29-88) zijn ze vindbaar onder de benaming ‘Aantekeningen en minuten van brieven en adviezen van de raadpensionaris De Witt betreffende de resoluties van de Staten van Holland en West-Friesland‘. Het zijn 60 omslagen met aantekeningen, kladversies van brieven en andere papieren, zonder samenhang. Behalve het jaartal, tussen 1649 en 1669, hebben de meeste stukken weinig met elkaar te maken.
Ondanks deze benaming, of misschien wel dankzij, bevatten de mappen mooie pareltjes. Zo schreven we eerder al over de gerechten die op kaartjes uit deze reeks stonden. Waarschijnlijk geserveerd tijdens grote feesten van De Witt en zijn vrouw Wendela Bicker, misschien zelfs wel tijdens hun huwelijkfeest.[1] Ook namen we al kortere filmpjes op over vondsten uit deze aantekeningen. Waarom bewaarde Johan het blad waar overduidelijk een inktpot overheen gevallen was?
Nu al deze mappen zijn doorgenomen, blijken er ook een groot aantal brieven tussen te zitten, 102 in totaal. Soms kladversies, ook wel minuten genoemd, soms ontvangen exemplaren. De metadata van deze brieven zijn ingevoerd in Early Modern Letters Online, (EMLO), de database waar ook al alle andere correspondentie van De Witt in wordt opgeslagen. Binnenkort zijn dus ook deze brieven online in te zien en te doorzoeken. Dit blog geeft alvast een klein voorproefje van een aantal van deze brieven.
Geschenken en vriendschap
De Witt ontving vaak geschenken, meestal in de vorm van wijn of etenswaren. Als raadpensionaris mocht hij deze geschenken niet aannemen. Het zou als omkoping kunnen dienen. Daarom stuurde hij de goederen altijd terug naar de verzender, vergezeld van een kort bedankje. Op 18 november 1665 schreef De Witt aan admiraal Michiel de Ruyter over het tonnetje haring dat hij van De Ruyters schoonzoon Jean de Witte had ontvangen. Hij bedankte hem hartelijk, en gaf aan de haring door te hebben gestuurd naar Rutger Huygens, een edelman uit Gelderland.[2] Opmerkelijk, want van doorgestuurde goederen hadden we tot nu toe nog niet gehoord.
Dat tonnetje haring zou best kunnen samenhangen met hun ontmoeting kort daarna. Tijdens De Witts maandenlange verblijf op de vloot was er namelijk een hechte vriendschap tussen beiden ontstaan, zichtbaar in de warme brief die De Witt op 6 november 1665 aan de admiraal schreef. Niet lang daarna kwamen Michiel de Ruyter en zijn vrouw Anna van Gelder op bezoek bij het gezin De Witt, een bezoek waar De Ruyter in zijn brief van 17 december 1665 met veel genoegen op terugblikte.
Diplomatieke correspondentie
De onderzochte stukken laten ook goed zien hoe De Witt omging met brieven aan buitenlandse vorsten. Formeel gingen zulke missives altijd uit naam van de Staten van Holland of de Staten-Generaal, of het nu Karel II, Lodewijk XIV of de bisschop van Münster betrof. Maar in de concepten die onlangs zijn gevonden, zie je dat deze brieven in oorsprong daadwerkelijk uit De Witts pen kwamen: hij bedacht de argumenten, bepaalde de toon en zette de tekst naar zijn hand. Dat is bijzonder duidelijk in de brieven aan de Engelse koning Karel II van september 1660 en 24 juni 1664. De Witt zet de lijn uit, scherpt aan en stuurt de boodschap, waarna de brief pas in institutionele vorm naar buiten ging. Hierdoor krijgen we een helder beeld van hoe persoonlijk zijn sturing in dit soort hoogpolitieke correspondentie was.
Een andere opvallende vondst is een concept-brief uit 1661 van De Witt waarin hij terugkomt op een omkoop-poging die zich enkele jaren eerder had afgespeeld. Hij had destijds signalen ontvangen dat Spanje hem via zijn ambassadeur een aanzienlijk bedrag wilde aanbieden, maar kreeg nooit een officiële bevestiging van zijn weigering dit aan te nemen. In deze brief reageert hij alsnog scherp en principieel, waarmee voor het eerst zwart-op-wit zichtbaar wordt dat De Witt zo’n aanbod had gekregen, het volstrekt afwees en zijn positie niet liet corrumperen.

1 juli 1661 schreef De Witt een brief aan Elizabeth Stuart, door hem aangeduid als ‘la reine de Boheme’.[3] De brief is in het Frans geschreven, de gebruikelijke taal voor hofcorrespondentie in de 17e eeuw. De Witt schreef de tekst zelf, maar in de kantlijn zijn correcties van Abraham de Wicquefort te zien. Deze diplomaat en vaste informant aan het Franse hof voorzag De Witt geregeld van nieuws en hielp hem vaker bij Franse brieven, zowel met schrijven als met vertalen. De Witt beheerste het Frans goed, hij bracht als jonge man twee jaar in Frankrijk door tijdens zijn Grand Tour met Cornelis.[5] Maar waarschijnlijk stelde hij er prijs op dat Wicquefort met zijn ervaring nog even meekeek vóór de brief naar Elizabeth Stuart werd verstuurd.
Familie en persoonlijke berichten
Naast brieven van en aan politieke personen bevatten de mappen ook een aantal persoonlijke brieven. Zo schreef De Witt aan een dame die wordt aangeduid als ‘mejuffrouw en welwaerde suster’. Waarschijnlijk is dit Geertruid Bicker, een zus van De Witts vrouw Wendela. De Witt liet de ontvangster weten dat Wendela ziek was en zelfs een dag in bed moest liggen. Maar ze had wel aangegeven dat ze hoopte snel langs te kunnen komen om ‘U Ed. ende desselfs soete kinderen, in sondertheijdt mede de jongst geboren dochter, eens te mogen sien.’ Deze dochter is waarschijnlijk Agneta Deutz, geboren aan het begin van 1657. De brief dateert van 19 mei 1657, en werd geschreven in Den Haag.[6]
Een andere persoonlijke brief in deze stapel is een korte boodschap van Wendela aan een nog onbekende nicht, waarin zij reageert op een eerder verzoek. Opvallend is dat de brief in De Witts handschrift staat én dat de kladversie is bewaard. Brieven van Wendela komen zelden voor, zeker niet aan anderen dan haar man. Mogelijk heeft zij later zelf een netexemplaar gemaakt dat daadwerkelijk is verstuurd, terwijl De Witt de klad hield omdat hij de inhoud belangrijk vond.[7]
Tot slot

In de laatste map bevindt zich een concept-brief gedateerd op 4 april 1669. Dit is een van de weinige brieven die De Witt aan Gerard Hamel Bruynincx schreef. Hij was diplomaat voor de Nederlanden onder meer in het Duitse Rijk. Hij schreef bijna 900 brieven aan De Witt, maar ontving bijna nooit een reactie terug. Dat er nu dus nog een antwoord van De Witt boven water is gekomen, is bijzonder. Al is de inhoud een stuk minder spannend: het is meer een zakelijk bedankje dan een inhoudelijke brief, genoteerd in het handschrift van zijn klerk Jacob van den Bosch, waarin De Witt enkele verbeteringen heeft aangebracht.[8]
Hoewel De Witt na 1669 nog anderhalf jaar als raadpensionaris in functie bleef, is van die laatste periode opmerkelijk genoeg geen vergelijkbaar materiaal overgeleverd. Waarom juist het materiaal uit deze jaren niet is gedocumenteerd of bewaard, is vooralsnog onduidelijk. Naast de 102 brieven die binnenkort online komen te staan, bevatten de 60 mappen ook veel kopieën van resoluties van de Staten-Generaal, aantekeningen over schepen tijdens de eerste en tweede Nederlands-Engelse zeeoorlog, en to do lijstjes van De Witt. De Witts brieven worden nu beter vindbaar, maar rondom al die andere stukken kan nog veel meer onderzoek worden gedaan.
Marinka Joosten, 30 november 2025
[1] Joosten, Marinka, Achttien schotels en marsepein. De briefjes van De Witt (https://johandewitt.nl/achttien-schotels-en-marsepein-de-briefjes-van-de-witt/)
[2] Brief van Johan de Witt aan Michiel de Ruyter, 18 november 1665, NA 3.01.17, 84. https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/3.01.17/invnr/84/file/NL-HaNA_3.01.17_84_0230
[3] Brief van Johan de Witt aan Elizabeth Stuart, 1 juli 1661, NA 3.01.17, 80. https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/3.01.17/invnr/80/file/NL-HaNA_3.01.17_80_0006
[4] Pieterse, Tessa, Geruchten en geheime brieven. Abraham de Wicquefort en zijn correspondentie met Johan de Witt (https://johandewitt.nl/geruchten-en-geheime-brieven-abraham-de-wicquefort-en-zijn-correspondentie-met-johan-de-witt/)
[5] Zie voor meer informatie de tv-serie van Omroep Max: https://johandewitt.nl/de-grooten-tour-van-de-gebroeders-de-witt_b/
[6] Brief van Johan de Witt aan Geertruid Bicker-Deutz, 19 mei 1657, NA 3.01.17, 65. https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/3.01.17/invnr/65/file/NL-HaNA_3.01.17_65_0048
[7] Brief van Wendela Bicker aan onbekende nicht, 20 maart 1658, NA 3.01.17, 67. https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/3.01.17/invnr/67/file/NL-HaNA_3.01.17_67_0055
[8] Brief van Johan de Witt aan Hamel Bruynincx, 4 april 1669. NA 3.01.17, 88. https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/3.01.17/invnr/88/file/NL-HaNA_3.01.17_88_0100

