In aansluiting op de Omroep Max-documentaire over de Grand Tour van de gebroeders Johan en Cornelis de Witt die zij als jongemannen ondernamen, volgt het Johan de Witt team gedeeltes van de reis die niet in de documentaire zijn opgenomen. De eerste ‘petit tour’ voerde ons door Bretagne en Normandië. Tijdens onze tweede ‘petit tour’ – een vijfdaagse reis van 1 t/m 5 mei 2025 – reconstrueren we in drie afleveringen de route die de broers aflegden van Marseille via Toulon naar Aix-en-Provence van 27 juli t/m 9 augustus 1646, met een verslag vol foto’s, video’s, dagboekfragmenten en afbeeldingen. De eerste etappe leidde ons van Marseille naar Toulon, het verslag van de tweede etappe volgt hieronder.
Zaterdag 3 mei 2025

Johan en Cornelis vertrokken op 5 augustus 1646 vanuit Toulon naar Solliès-Ville en eindigden hun dag in de hotellerie van Sainte Marie de la Sainte-Baume. Wij doen dat vanuit ons huisje in Roquevaire en rijden over de A50 en de A57 langs Toulon naar Solliès-Ville.
5 augustus 1646, Solliès-Ville: Zondag zijn we uit Toulon vertrokken en kwamen we door Solliès-Ville (2 mijl).


Solliès-Ville is een oud dorp in de Var, hoog op een heuvel boven de vallei van de Gapeau. Al in de oudheid woonden hier Celto-Liguriërs, en in de Romeinse tijd stond het bekend als Sollinensis Civitas. In de middeleeuwen was het een versterkt plaatsje binnen het graafschap Provence. De kerk van Saint-Michel l’Archange stamt uit de 15e en 16e eeuw. Het orgelfront uit 1499 is een van de oudste van Frankrijk.
Het dorpje is duidelijk niet gemaakt voor modern autoverkeer, en we zitten al snel flink klem. Met Lydia achter het stuur en Marinka vooruitlopend komen we er toch uit, waarna we onze weg vervolgen over smalle weggetjes, door bergen en dalen, richting Belgentier – negen kilometer verderop.
Belgentier
5 augustus 1646, Belgentier: We kwamen in Belgentier waar we het middagmaal nuttigden ‘À Nôtre Dame’ en waar we een prachtige tuin met veel citroenen en sinaasappelen alsook laurier met zwarte kersen en nog meer andere fraaiheid zagen.

Belgentier is een rustig dorpje in de vallei van de Gapeau. In 1623 erfde de geleerde Nicolas de Peiresc een buitenhuis aan de rand van het dorp. Samen met tuinarchitect Boyceau legde hij er een experimentele terrassentuin aan, met strakke bloemperken en een centrale as van noord naar zuid, met veel bijzondere flora: sinaasappelbomen en tulpen kregen een prominente plek.

De tuin trok al snel veel bekijks en werd een geliefde plek voor reizigers en tijdgenoten. Ook Johan en Cornelis de Witt kwamen langs, en betaalden 10 stuivers toegang. Van de oorspronkelijke tuin is weinig over – nu is het een stil, groen park (Parc Peiresc) met veel bomen, waar de rivier de Gapeau doorheen raast. In Belgentier gaven de broers in totaal 3 gulden en 12 stuivers uit.

Langs de rivier rijden we 6 kilometer verder naar Méounes-lès-Montrieux.
5 augustus 1646: We reden door Méounes-lès-Montrieux

Méounes ligt in de groene vallei van de Gapeau, aan de rand van het Massif de la Sainte-Baume. Smalle straatjes, pleinen en fonteinen bepalen het dorpsbeeld. Toen Johan en Cornelis er doorheen reden, was de Église Saint-Eutrope net uitgebreid tot een driebeukige kerk met een verguld retabel en marmeren engelen. Ze gaven er geen geld uit – misschien zijn ze even bij de kerk gestopt om binnen te kijken. Wij kunnen er niet in, de kerk is dicht.
We rijden 10 kilometer door naar Signes.
5 augustus 1646: Signes: We reden door Signes.
Signes ligt aan de zuidflank van het Massif de la Sainte-Baume, omringd door uitgestrekte bossen. In de middeleeuwen was het al een versterkt dorp. De Église Saint-Pierre, een romaanse kerk uit de 11e eeuw met dikke muren en een stevige toren, vormt nog altijd het religieuze hart van het dorp. Ook hier raasden Johan en Cornelis de Witt doorheen, want ze hadden nog een flinke reis voor de boeg. Waarschijnlijk pikten ze hier hun gids op, die hen door het massief van Sainte-Baume zou leiden.
Even denken we met een adder te maken te hebben maar het blijkt een ongevaarlijke trapjesslang (couleuvre à échelons) te zijn.
Vanaf hier wijkt onze route af van die van de gebroeders. Waar zij te voet via een ezelpad de zuidflank van de Sainte-Baume beklommen, moeten wij met de auto een flinke omweg van 50 kilometer maken. We rijden via Mazaugues door een verlaten landschap vol groene eiken en stoppen onderweg even voor een picknick.

Le Sanctuaire de la Sainte-Baume
5 augustus 1646: We kwamen ’s avonds via een heel moeilijke weg aan op de berg van Sainte Baume. Het is een hele hoge rots waarop een pilaar staat en een kapelletje waarvan men zegt dat Maria Magdalena daar twee keer per dag naartoe werd gebracht door engelen. De kerk is een natuurlijk hol in de rotsen, waarachter zich een fontein of put bevindt met water, waarvan men zegt dat het door de tranen van Maria Magdalena is ontstaan omdat zij daar drie jaar lang boete heeft gedaan. Aan de westkant, een beetje naar beneden is het Couvent Sainte-Marie-Madeleine met een herberg erbij.


Diep in het Massif de la Sainte-Baume liggen twee eeuwenoude heiligdommen: de grot van Sainte-Marie-Madeleine en, hoog op de bergkam, de Chapelle du Saint-Pilon. Volgens de overlevering leefde Maria Magdalena hier drie jaar als kluizenares, en al sinds de 5e eeuw trekken pelgrims naar deze plek. Ook pausen, koningen en prinsen gingen op pelgrimstocht naar de grot. In 1337 bezocht Humbert II van Viennois de grot samen met Petrarca, die er later over zou schrijven. Tijdens de godsdienstoorlogen werd de grot tweemaal geplunderd. Op 5 februari 1660 bezocht Lodewijk XIV de plek met zijn moeder Anna van Oostenrijk en kardinaal Mazarin – hij zou de laatste Franse koning zijn die hier een pelgrimstocht naartoe ondernam.

Toen Johan en Cornelis de Witt de plek bezochten, kende het heiligdom net een heropleving. De kapel was van binnen bekleed met marmer en in 1618 was er een nieuw retabel geplaatst. Ze gaven 2 gulden en 7 stuivers uit, waaronder 11 stuivers voor een gids die hen begeleidde. Vanaf Signes trokken ze te voet door het berggebied, ruim 15 kilometer over onverhard terrein. Ze beklommen eerst de steile flank naar de Chapelle du Saint-Pilon op 994 meter hoogte, en daalden daarna af naar de grot van Maria Magdalena, 100 meter lager. Uiteindelijk bereikten ze de herberg bij het klooster, die er nog steeds is, waar ze de nacht doorbrachten. Dat ze dit allemaal op één dag deden, beginnend in Toulon, is bijna niet voor te stellen, toch geeft Johan het zo aan in zijn reisverslag.
Wij lopen de weg die de broers aflegden in tegengestelde richting en stijgen via de oude chemin des rois over een zeer steil maar goed begaanbaar pad naar de grot. We zijn niet de enigen, veel bedevaartgangers nemen de moeite.
Het is snikheet maar gelukkig komen we de bron tegen van de rivier de Nans die hier ontspringt.


In de indrukwekkende koele grot is het stil en worden kaarsjes gebrand. Ook wordt er gebeden. Mensen vullen flesjes met het heilige water uit de bron achterin de grot. De legende wil dat de bron is ontstaan uit de tranen die Maria Magdalena plengde.


Hierna lopen we nog een steil pad omhoog naar de Chapelle de St. Pilon, wederom een enorme klim maar wel met een beloning want hiervandaan is het uitzicht magnifiek: naar het noorden toe hebben we uitzicht over het massif de Luberon en naar het zuiden zien we de Middellandse zee.
Door het bos lopen we de weg die ook de broers hebben gevolgd terug naar beneden, terwijl de klokken bij de grot de mis van zes uur aankondigen. We realiseren ons dat deze 5e augustus 1646 voor Johan en Cornelis een uitzonderlijk lange dag moet zijn geweest. Ze zullen pas laat in de avond, dwalend door het steeds donkerder wordende bos hun slaapplaats hebben bereikt. Gelukkig waren de dagen lang, het was immers hartje zomer. Opvallend is wel dat de protestantse broers zoveel moeite deden voor zo’n katholiek heiligdom: ze moeten echt nieuwsgierig zijn geweest naar wat deze plek zo bijzonder maakte.

Wij bereiken de parkeerplaats rond zeven uur ’s avonds en rijden via een prachtige, maar flink bochtige weg terug naar ons huisje. Daar wacht ons, hoe kan het ook anders begin mei, een aspergemaaltijd bereid door Marinka.

In de volgende aflevering gaan we naar Saint-Maximin-La-Sainte-Baume en Aix-en-Provence.

