Ga naar inhoud
Johan de Witt
Menu
  • ANBI
    • Over Johandewitt.nl
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
  • Blogs
  • Podcasts, audio en video
    • Johan de Witt en het Rampjaar (luisterboek)
    • De grand tour van Johan en Cornelis de Witt
    • Jaap over Johan
    • Kwadratuur van de cirkel
    • Nederlandse gezantenwoningen in Parijs
    • Vaderland en patriotten
    • Hoe klonk Johan de Witt?
    • Johan de Witt en het Rampjaar bij Golfbreker Radio
  • De Grand Tour van de gebroeders De Witt
    • Aflevering 1: Van Dordrecht via Le Havre naar Parijs (14 oktober – 7 november 1645)
    • Aflevering 2: Van Parijs naar Angers (7 november 1645 – 15 februari 1646)
    • Aflevering 3: van Angers naar Bordeaux (21 februari – 14 april 1646)
    • Aflevering 4: van Bordeaux naar La Grande Chartreuse (14 april – 7 september 1646)
    • Aflevering 5: van Chambéry naar Calais (8 september 1646 – 2 juni 1647)
    • Aflevering 6: Een kleine tour door Engeland (3 juni – 27 juli 1647)
    • De Petit Tour: In de voetsporen van de Gebroeders De Witt
  • Database
  • Minuten Johan de Witt
    • 1672
      • Minuten van de uitgaande brieven van Johan de Witt januari t/m juni 1672
      • Minuten van de uitgaande brieven van Johan de Witt aan Cornelis de Witt januari t/m juni 1672
      • Minuten van de uitgaande brieven van Johan de Witt aan Hiëronymus van Beverningk april t/m juni 1672
    • 1671
      • Januari
      • Februari
      • Maart
  • Kaarten
  • Publicaties
  • Links
  • Webshop
  • Contact
Menu

Grandmaison: de vergeten informant in het spionagenetwerk van De Witt

Gepubliceerd op 11 februari 202528 juni 2025 door IH

Anna Baak, masterstudente Literary Studies: French Language and Culture aan de Universiteit Leiden, voerde in het kader van haar stage bij het Johan de Witt-project onderzoek uit naar een tot nu toe nauwelijks bestudeerde collectie Franstalige brieven. Tijdens haar werk in de archieven richtte ze zich op een correspondentie die nog niet eerder systematisch was onderzocht en die nieuwe inzichten bood in de internationale netwerken rond Johan de Witt. In haar blog doet zij verslag van haar bevindingen, waarbij een opvallende naam naar voren komt: ‘Grandmaison’.

Spionnen zijn van alle tijden. Ook in de tijd van Johan de Witt werden ze ingeschakeld, maar hun identiteit is moeilijk te achterhalen: een goede spion blijft immers onder de radar. In de Franse brievencollectie van Johan de Witt komt er een opvallende naam voor, namelijk die van ‘Monsieur de la Grand Maison’. Van de 185 brieven die hij aan Johan de Witt schreef, berichten er 182 over de ontwikkelingen tijdens de Noordse Oorlog (1655-1660). Dit conflict begon met een Zweedse invasie van Polen-Litouwen en breidde zich later uit naar Denemarken en Brandenburg. Zweden streefde hierbij naar dominantie over de Oostzee. Uiteindelijk mislukte dit door de interventie van de Nederlandse Republiek, Rusland en andere Europese mogendheden, wat leidde tot de Vrede van Oliva (1660) en een herstelde machtsbalans in Noord-Europa.

Grandmaison schreef 69 brieven in 1655, 95 in 1656 en 18 in 1657 aan Johan de Witt. Wie is deze Grandmaison? Wie heeft hem aangesteld? En waarom werd hij op een gegeven moment gevangengenomen? Dit blog zal antwoord proberen te geven op deze vragen. De brieven van Grandmaison vragen om verder onderzoek, maar hier staat zijn gevangenneming centraal via één brief.

Benoeming en correspondentie met De Witt

Op 23 maart 1649 wordt Grandmaison voor het eerst genoemd in een commissieboek van de Staten-Generaal. Hij wordt benoemd tot kapitein, aangezien de compagnie van kapitein Perpoucher-Sedniskij [Sednlisky] vacant is. Blijkbaar hadden de Staten-Generaal goede verhalen over Grandmaison gehoord:

‘… maken wij bekend dat wij, gelet op het goede rapport dat wij hebben ontvangen over de heer De Grandmaison, luitenant van de genoemde compagnie, en met advies van de Raad van State van de Verenigde Provinciën, de heer De Grandmaison hebben aangesteld en benoemd als kapitein van die compagnie.’1

Toch blijft Grandmaison een raadselachtige figuur. Het is onbekend wie hij precies was – er zijn geen voornamen, geen geboorteplaats, geen levensjaren, geen portret. Alles wijst erop dat hij een Franse militair was, maar verdere details ontbreken.

De eerste brief die Grandmaison aan De Witt schreef in 1655 is op 18 juni gedateerd. Daaruit kunnen we afleiden dat Johan de Witt degene was die hem had aangesteld. Als ‘wat’ staat er helaas niet in, maar hij had de opdracht gekregen voortaan in het geheim aan De Witt te schrijven: hij eindigt zijn brief namelijk met zijn naam, maar schrijft ook meteen dat hij dit in het vervolg niet meer zal doen ‘zoals u mij dat heeft bevolen’. Bovendien belooft hij ook dat hij met al zijn zorg en ijver zijn taak zo goed mogelijk zal vervullen en hij zal De Witt op de hoogte brengen wanneer hij ‘iets van belang’ verneemt. In de verdere briefwisseling zien we dat hij informatie over de naderende Noordse Oorlog doorspeelt naar de Republiek en in het bijzonder aan Johan de Witt.

De Witt heeft slechts enkele brieven teruggeschreven aan Grandmaison en voornamelijk zijn eerste brief van 6 juli 1655 bevat veel instructies. Zo moet hij zich afscheiden van zijn metgezel – Monsieur De Neële – zodat hun brieven Johan de Witt via verschillende bronnen en diverse handen bereiken. Ook dringt Johan erop aan dat hij gedetailleerde informatie wenst te ontvangen en dat Grandmaison aangeeft van wie hij deze inlichtingen heeft gekregen. Daarnaast moet hij niet alleen brieven sturen naar Johan de Witt, maar ook aan Joan Wolfert van Brederode, via zijn dienaar Pierre Sarazin. Van Brederode – de hoogste Edele en voorzitter van de Hollandse Ridderschap – moest vermoedelijk ingelicht worden omdat hij opperbevelhebber was van het Staatse leger en op goede en vertrouwelijke voet verkeerde met de raadpensionaris. Veel zou dit niet opleveren, want Brederode overleed al in september van datzelfde jaar.

Karel X Gustaaf, koning van Zweden, Sébastien Bourdon, Wikimedia Commons.

De brieven van Grandmaison zijn inderdaad zeer gedetailleerd. Hij vertelt vaak van wie hij informatie heeft verkregen en waar hij het heeft gehoord. Het lijkt erop alsof hij in het begin is vergezeld door een secretaris, aangezien de brieven de ene keer in een klein cursief handschrift geschreven zijn en de andere keer in grote duidelijke letters. Grandmaison heeft verreweg de meeste brieven vanuit Stettin (het huidige Szczecin) geschreven, namelijk 148. In deze periode behoorde Stettin tot Zweeds grondgebied en fungeerde het als een belangrijke militaire en bestuurlijke stad voor Zweden in Noord-Duitsland. Grandmaison bevond zich dus midden in het Oostzeegebied, vandaar waarschijnlijk ook zijn zeer gedetailleerde inlichtingen: in het hart van de strijd gaat er immers veel informatie rond. Voor De Witt was het cruciaal om goed op de hoogte te blijven van deze oorlog. De Republiek streefde enerzijds naar een staatkundig evenwicht in het Noorden en anderzijds was het Oostzeegebied van groot economisch belang vanwege de graanhandel.2 Toen Grandmaison op 18 juni 1655 zijn brief aan De Witt schreef, dreigde een conflict tussen Zweden en Polen. Koning Karel X Gustaaf probeerde de volledige controle over de Oostzee te verwerven, en toen Zweden ook Danzig (Gdańsk) bedreigde, koos de Republiek de kant van Polen.3

Gevangenneming en onzekerheid

Eerste pagina van de brief van Grandmaison aan Johan de Witt, 2 april 1656, NA, 3.01.17, 1642.

Grandmaison verstuurde over het algemeen brieven van één kantje naar De Witt. Op 2 april 1656 stuurde hij echter een veel langere brief met enkele bijlagen, waarin hij begon met de volgende woorden: ‘Mijnheer, Ik had niet gedacht u op deze manier te moeten schrijven, maar een tamelijk bizarre gebeurtenis dwingt mij ertoe. Hier volgt het verhaal, punt voor punt volgens de zuivere waarheid.’ In het vervolg vertelt hij dat hij met zijn metgezel, Monsieur De Machwitz, gevangen is genomen. Wat was er gebeurd? Tijdens hun verblijf in Breslau (het huidige Wrocław), dat onder Habsburgs bewind stond, besloten ze na twee dagen verder te reizen naar Klein-Glogau. Hun doel was een bezoek te brengen aan het hof van Maria Ludovica Gonzaga, de koningin van Polen, die daar met haar hofhouding verbleef, waaronder ook een aantal Fransen. Al bij de stadspoort werden ze ondervraagd wie ze waren en wat de reden was van hun reis. Grandmaison verklaarde dat hij een Fransman was ‘in dienst van de heren Staten van de Verenigde Provinciën’, terwijl Machwitz zich voorstelde als een edelman uit Gelderland, eveneens in dienst van de Nederlandse Republiek.

Melchior Von Hatzfeldt, gravure gebaseerd op een schilderij van Franciscus de Nys, Wikimedia Commons.

Aanvankelijk werd hun bezoek als begrijpelijk beschouwd, maar vanwege het invallen van de duisternis werden ze weggestuurd om de nacht in een herberg door te brengen. Ze lieten hun paspoorten zien en spraken af om 5 uur ’s ochtends de volgende dag weer terug te komen. De volgende dag werden ze tegengehouden door officieren van generaal Melchior von Hatzfeldt, de gouverneur van Hoog- en Laag-Silezië, dat onder Habsburgs gezag viel. Tijdens hun tweede ondervraging vertelden de twee heren dat ze geen ander doel hadden dan ‘te reizen om landen en eerlijke mensen te zien’. Vervolgens toonden ze hun opnieuw hun paspoorten: Machwitz dat van de Staten-Generaal, en Grandmaison het zijne dat door de Gecommitteerde Raden van Holland was verstrekt. De commandant merkte daarbij op dat dit paspoort slechts voor twee maanden geldig was, waarop Grandmaison uitlegde dat dit de gebruikelijke werkwijze in Holland was en dat verlengingen altijd verleend werden. Daarop trok de commandant plotseling een brief uit zijn zak en las voor:

Zijne Excellentie heeft vernomen dat zich twee Franse cavaleristen in de stad bevinden, afkomstig uit Breslau en op weg naar Klein-Glogau. Zij dienen te worden vastgehouden en ondervraagd over hun bedoelingen. De heer commandant moet deze informatie aan de generaal melden en wachten op diens verdere bevelen.

Grandmaison en De Machwitz zaten nu officieel vast mogelijk op verdenking van spionage, zonder dat duidelijk was hoe ze zich uit deze situatie konden redden. Ze kregen het bevel om in hun logement te blijven totdat er meer duidelijkheid was, en er werd zelfs een bewaker voor hun woning geplaatst—iets wat Grandmaison buiten proportie vond. Wat de situatie nog frustrerender maakte, was dat het antwoord van generaal Hatzfeld op zich liet wachten. Onzeker over hun lot, stelde Grandmaison voor om samen naar de generaal te gaan om opheldering te vragen. De commandant die met de zaak belast was, weigerde echter resoluut en reageerde op merkwaardige wijze: ‘Dat kan niet en dat zal ik niet doen, zelfs niet voor duizend rijksdaalders.’ Hierover schreef Grandmaison: ‘We keken elkaar verbaasd en enigszins geërgerd aan, want dit leek ons een zeer eigenaardige generaal.’

Melchior von Hatzfeldt aan Grandmaison en Machwitz, 25 maart 1656, Nationaal Archief, 3.01.17, 1642.

Uiteindelijk kregen ze toestemming om de generaal een brief te schrijven met het verzoek om een afspraak. Pas enkele dagen later volgde een antwoord, dat Grandmaison later ook naar Johan de Witt stuurde als bewijs van hun onschuld. De generaal schreef dat hij de brief en de paspoorten had ontvangen, maar geen doorgang kon verlenen zonder meer informatie over de personen en hun zaken. Dit was op bevel van de keizer, vanwege eerdere gevallen van geheime correspondentie. Hij had de kwestie direct aan de keizer gerapporteerd en vroeg om begrip en geduld, of verdere toelichting op hun activiteiten. Formeel werden ze nergens van beschuldigd, maar vrijgelaten worden bleek lastiger dan gedacht. Noch de keizer, noch de generaal reageerde hierna, waardoor hun situatie steeds uitzichtlozer werd. De situatie dreef Grandmaison tot wanhoop:

De generaal heeft niet op onze brieven geantwoord en wij weten niet wat er met ons zal gebeuren. Zo staan wij nu volledig machteloos. Wij hebben werkelijk alle mogelijke middelen geprobeerd om onze vrijheid te verkrijgen zonder u hiermee lastig te vallen, maar niets heeft geholpen. Daarom zie ik mij genoodzaakt uw hulp in te roepen. Ik twijfel er niet aan dat uw goedheid ertoe zal leiden dat u een manier zult vinden om mij in vrijheid te stellen.

Grandmaison vroeg Johan de Witt dus om hulp, weliswaar met frisse tegenzin. Hij verzocht De Witt ook deze gebeurtenis zo veel mogelijk voor zich te houden.

Vrijlating en onbeantwoorde vragen

De Witts hulp bleek niet nodig, want op 8 april kon Grandmaison De Witt opgelucht melden dat hij en zijn Machwitz hun paspoorten terug hadden gekregen en nu vrij waren om door alle gebieden van het Keizerrijk te reizen. De keizer had de documenten teruggestuurd naar generaal Hatzfeld, die hen op de hoogte had gebracht van hun herwonnen vrijheid. Om verdere inspanningen om hun vrijlating te bewerkstelligen te voorkomen, stuurde Grandmaison per ijlbode een bericht naar Frankfurt, dat via Berlijn zou worden bezorgd – de snelste route die hij kon vinden. Uit voorzorg stuurde hij twee exemplaren, zodat er altijd een veilig zou aankomen. Hij verontschuldigde zich voor de mogelijke moeite die hij had veroorzaakt, omdat hij de ontwikkelingen niet had kunnen voorzien. Het lijkt er dus op dat het allemaal met een sisser was afgelopen. Grandmaison ging weer verder met het verstrekken van inlichtingen aan Johan de Witt in de brieven die nog volgden.

Ludovica Maria Gonzaga, koningin, van Polen, door Justus van Egmont, ca. 1650. Wikimedia Commons

Er blijven wel wat vragen onbeantwoord: reisde Grandmaison als toerist naar het hof van de Poolse koningin, of had hij toch een verborgen agenda? Hij had stellig in zijn brief aan De Witt benadrukt dat hij tegen de autoriteiten had gezegd dat hij slechts op reis was. Had hij deze dekmantel al eerder afgesproken met de raadpensionaris? In ieder geval bracht De Witt hem een jaar later op 14 februari 1657 geen leuk nieuws. Hij schreef dat de Staten-Generaal het een beter idee vonden als Grandmaison zou terugkeren. Grandmaison antwoordde op 28 februari nogal aangedaan. Hij schreef dat hij altijd de grootste ijver en toewijding had getoond om hen tevreden te stellen en aan de verwachtingen te voldoen. Ook schreef hij: ‘Mocht ik niet zo goed zijn geslaagd als men gehoopt en verwacht had, dan vraag ik hen nederig mij dat niet aan te rekenen als een gebrek aan inzet of nalatigheid, maar eerder aan het ontbreken van gelegenheden.’

Johan de Witt aan Grandmaison, 14 februari 1657, Nationaal Archief, 3.01.17, 6.

Het is duidelijk dat de situatie hem behoorlijk dwarszat. Met zijn ‘ontslag’ kwam er dus ook een einde aan zijn correspondentie over de Noordse Oorlog. Gezien de bijna 180 brieven vol inlichtingen die hij eerder had gestuurd, lijkt dit een afscheid zonder veel erkenning voor zijn inspanningen. In de jaren daarna schreef Grandmaison nog één brief aan Johan de Witt in 1657, één in 1663 en twee in 1668.

Belang van verder onderzoek

In dit blog is slechts één brief van Grandmaison onder de loep genomen: namelijk die waarin hij zijn gevangenneming beschrijft. Dit is echter slechts een fractie van de 185 brieven die van hem aan Johan de Witt bewaard zijn gebleven. Daarin informeerde hij de raadpensionaris binnen een tijdsbestek van minder dan twee jaar uitgebreid over zaken als de toestand van Pruisische steden en hun verdediging tegen mogelijke aanvallen, militaire bewegingen en confrontaties tussen Zweden, Polen, Brandenburgse troepen en andere partijen, inclusief zeer veel details over veldslagen, verliezen en versterkingen. Hij gaf daarbij inzicht in onderhandelingen en politieke ontwikkelingen, zoals vredesbesprekingen, allianties tussen verschillende mogendheden en de rol van ambassadeurs. Daarnaast schreef hij over de situatie in Danzig, de activiteiten van belangrijke politieke en militaire figuren, en de gevolgen van de oorlog op economisch en sociaal vlak, waaronder plunderingen, ziekten en de algemene onrust in de regio. Ook lokale gebeurtenissen, zoals de prijs van goederen en de impact van de oorlog op het dagelijkse leven, kwamen aan bod. Tot slot besteedde hij aandacht aan de betrokkenheid van andere mogendheden, zoals Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk, en de bredere implicaties van de oorlog.

Kortom, deze correspondentie is een zeldzaam voorbeeld van een nog grotendeels onbestudeerd archief dat een nieuwe dimensie toevoegt aan ons begrip van de buitenlandse politiek en geheime operaties van de Nederlandse Republiek halverwege de zeventiende eeuw. Tot nu toe is slechts een klein deel van deze brieven inhoudelijk bestudeerd. Een diepgravender onderzoek naar de volledige correspondentie van Grandmaison kan nieuwe inzichten opleveren over de wijze waarop de Republiek haar inlichtingen verzamelde en hoe Johan de Witt deze informatie benutte in zijn politieke strategieën. Het is dan ook van groot belang dat deze brieven in een bredere historische context worden onderzocht en toegankelijk worden gemaakt voor verder academisch onderzoek.

Anna Baak, 12 februari 2025


  1. Commissieboek van den Raad van State der Verenigde Nederlanden, 1649-1663, Nationaal Archief, 1.01.19. ↩︎
  2. Noordam, N.F., De Republiek en de Noordse Oorlog 1655-1660 (1940), 11. ↩︎
  3. Idem, 232. ↩︎

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor de Johan de Witt nieuwsbrief:

Recente berichten

  • De pest van 1664: tussen resolutie en familiebrief
  • Geen sinaasappels voor De Witt
  • Johan de Witt en Cosimo III de’ Medici: diplomatie in brieven (1668–1669)
  • Andijvie, aberdaan en administratie. Johan de Witt aan boord van de Seven Provinciën
  • Zoete pastei voor Tante Trip
  • Tot diep in de nacht: de werkuren van Johan de Witt
  • Johan de Witt in het Waterlands Archief
  • Liefde, ijs en een teruggestuurde mand
  • Wafels voor een weddenschap (mei 1671)
  • Zelfs geen druiven: Onomkoopbaarheid in de 17e-eeuwse diplomatie

Archieven

  • mei 2026
  • april 2026
  • maart 2026
  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • oktober 2023
  • augustus 2023
  • mei 2023
  • maart 2023
  • januari 2023
  • november 2022
  • augustus 2022
  • juni 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juni 2019
  • april 2019
  • februari 2019
  • december 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018

Categorieën

  • Blogs