Johan de Witt ontving tijdens zijn carrière als raadpensionaris talloze verzoeken om hulp. Niet alleen van mannen uit zijn politieke of zakelijke kringen, maar ook van vrouwen – soms van eenvoudige komaf, soms van hoge adel. Een van die vrouwen was Johanna van Hanau-Münzenberg, gravin en echtgenote van Emanuel II, prins van Portugal. Op 1 augustus 1659 stuurde zij hem een indringende brief waarin ze met opvallende openheid haar uitzichtloze situatie beschreef.

Emanuel II, kleinzoon van Willem van Oranje, kwam uit een van de meest prestigieuze adellijke families van Europa. Toch stond zijn leven bol van mislukkingen. Hij wisselde van geloof, functie en land, maar kreeg niets blijvends van de grond. Als monnik, officier en onruststoker leefde hij op grote voet, veroorzaakte schandalen en liet Johanna achter met de scherven. Een tijdgenoot noemde haar een ‘meesterwerk van de natuur en de kunst’, maar haar dagelijkse leven was verre van glorieus.

In haar brief aan De Witt smeekt ze om hulp: ‘Heb medelijden met ons, mijnheer. Zonder uw bijstand zijn we verloren’. Het was een van de vele smeekschriften die ze schreef, altijd met hetzelfde doel: haar gezin financieel overeind houden. Johanna’s verhaal laat zien hoe zelfs vrouwen van hoogadellijke afkomst afhankelijk konden worden van steun. Haar brieven tonen een spanningsveld tussen adellijke trots en de harde werkelijkheid van geldgebrek.
Dit bijzondere verhaal is door historicus Henk Nellen uitgebreid beschreven in Vrouwen rondom Johan de Witt. Dit boek biedt een uniek perspectief op de rol van vrouwen in de zeventiende eeuw en hun relatie tot raadpensionaris Johan de Witt. Een aanrader voor iedereen die meer wil weten over de menselijke kant van zijn tijd én de vrouwen die daar deel van uitmaakten.


